Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.
STOLLINGWERENDE MEDICIJNEN
Stollingwerende medicijnen gaan de vorming van bloedstolsels tegen. Bloedstolsels
zijn gevaarlijk omdat ze een slagader kunnen afsluiten en daardoor een hartinfarct of een beroerte kunnen veroorzaken. Stollingwerende medicijnen
dienen om het risico op deze ziekten te verkleinen.
De vorming van bloedstolsels is meestal een gevolg van slagaderziekte.
Door deze ziekte is de binnenwand van de slagaders plaatselijk niet langer glad en
soepel, maar ruw en beschadigd. Op de ruwe plek kleven bloedplaatjes, die vervolgens
aan elkaar klonteren en stollingseiwitten aanzetten om het ingewikkelde
proces
van bloedstolling te beginnen. Bloedplaatjes zijn eigenlijk cellen met een
levensreddende
functie, namelijk om bij een bloedende huidwond het gat te
dichten.
Maar bij iemand met slagaderziekte kunnen ze ook gaan klonteren in de
bloedvaten,
en dan is het levensbedreigend.
Er zijn twee soorten stollingwerende medicijnen: antistollingsmiddelen en plaatjesremmers.
Antistollingsmiddelen werken de stollingseiwitten in het bloed tegen,
plaatjesremmers verhinderen het samenklonteren van de bloedplaatjes.

| |
Een loodgieter kan een lek zonder de juiste werktuigen niet dichten. Ook bloed gebruikt speciale werktuigen
(eiwitten) om het bloed te laten stollen. Stollingwerende medicijnen onderdrukken de aanmaak van deze eiwitten
en onderbreken zo de ingewikkelde kettingreactie van bloedstolling. Ze nemen als het ware de werktuigen
bij de loodgieter weg.
|
Bloedstolling
Als bloed wordt blootgesteld aan een ander oppervlak dan de gladde binnenkant van de
bloedvaten gaat het klonteren en wordt het na verloop van tijd hard. Dat is simpel gezegd het
proces van bloedstolling. Maar eigenlijk is bloedstolling verre van eenvoudig – het is een complexe
kettingreactie waarin bloedplaatjes en verschillende eiwitten een rol spelen. De ene
actie roept de andere op. Stollingwerende medicijnen werken op één schakel uit deze kettingreactie
en remmen zo het hele proces van bloedstolling.
Bloedstolling begint met het samentrekken van vaatwand zodat de opening minder groot
is. Vervolgens gaan de bloedplaatjes het gat dichten door samen te klitten en zich te hechten
aan het beschadigde weefsel. Als zich een prop heeft gevormd gaan de eiwitten in het bloed
aan het werk. Er zijn inmiddels al dertien eiwitten, ofwel stollingsfactoren bekend die een rol
spelen in het stollingsproces. Stollingsfactoren zijn als kaarten in een kaartenhuis: trek je er
eentje uit dan stort het hele bouwsel in.
Als het proces van bloedstolling niet goed werkt, dan kunnen er bloedingen ontstaan. Als
je je stoot, heb je snel een blauwe plek. Als je een diepe wond oploopt, bestaat er gevaar dat
de wond niet goed dichtgaat. Mensen die stollingwerende medicijnen gebruiken moeten
daarom voorzichtig doen met sport.
Wanneer voorgeschreven?
Stollingwerende medicijnen worden voorgeschreven bij mensen met een verhoogd risico op
een hartinfarct. Dat risico is hoger als ze bijvoorbeeld een hartinfarct hebben doorgemaakt
of er sterke aanwijzingen zijn dat ze slagaderziekte in hun kransslagaders
hebben.
De medicijnen worden ook voorgeschreven bij bepaalde hartritmestoornissen. Bij
boezemfibrilleren bijvoorbeeld, kunnen er bloedstolsels in het hart ontstaan, die de bloedsomloop
kunnen inschieten en elders een slagader kunnen afsluiten. Bevindt de slagader zich
in de hersenen, dan is een beroerte het gevolg.
Plaatjesremmers
Plaatjesremmers belemmeren de bloedstolling op een andere manier dan anti-stollingsmiddelen.
Ze richten zich op de bloedplaatjes, die het bijzondere vermogen hebben dat ze
kunnen samenkleven en zich als een korstje aan de beschadigde vaatwand kunnen hechten.
Bepaalde medicijnen kunnen dat vermogen aantasten.
De bekendste plaatjesremmer is aspirine. Aspirine is oorspronkelijk een pijnstiller, maar
omdat het maagklachten kan veroorzaken, is het als pijnstiller inmiddels verdrongen door
andere medicijnen zoals paracetamol. In een zeer lichte dosis wordt het nog wel veel gebruikt
als stollingwerend medicijn.
De medische naam voor plaatjesremmers is trombocyten-aggregatieremmers. Trombocyten
zijn bloedplaatjes en aggregeren is samenkleven. Stofnamen voor plaatjesremmers zijn acetylsalicylzuur
(aspirine), carbasalaatcalcium, clopidogrel (merknaam Plavix), dipyridamol.
Antistollingsmiddelen
Antistollingsmiddelen worden ook wel bloedverdunners genoemd, maar dat is niet wat ze
doen. Ze maken het bloed niet dunner en ook niet dikker. Ze onderdrukken eiwitten die een
rol spelen in het proces van bloedstolling, waardoor dat proces wordt belemmerd.
De medische naam voor antistollingsmiddelen is anti-coagulantia, ofwel anti-klontermiddelen.
Stofnamen van antistollingsmiddelen zijn acenocoumarol en fenprocoumon, die onder
de merknamen Sintrom en Marcoumar in de handel zijn.