![]() |
|
ZOEK |
|
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.
MRI–SCANNet als de andere beeldvormende technieken maakt MRI de binnenkant van het
lichaam zichtbaar.
VloeistoffenEen MRI-scanner kan zich richten op verschillende chemische elementen, zoals fosfor of waterstof, omdat die anders reageren op de radiogolven. Bij het medisch onderzoek richt de MRI-scanner zich op het element waterstof, dat we kennen als de h in h2o, de chemische samenstelling van water. Wat een medische MRI-scan vooral zichtbaar maakt zijn vloeistoffen zoals hersenvocht of bloed die zich aftekenen tegen een mal van vaste weefsels zoals bot of spier.
Geen metaal en geen claustrofobieWie een MRI-scan ondergaat moet in
verband met de magnetische straling
alle metalen voorwerpen verwijderen.
Geen piercings dus. Soms is er metaal in
het lichaam dat je niet kunt verwijderen,
zoals bijvoorbeeld een pacemaker.
Dan is een MRI-onderzoek niet mogelijk.
MRI-scan is ongevaarlijkDe magnetische straling van een MRI-scan is ongevaarlijk. Daarin verschilt een MRI-scan van een thoraxfoto of een CT-scan, die gebruik maken van röntgenstraling. De contraststof die soms moet worden toegediend om een duidelijk plaatje te krijgen, is minder schadelijk voor de nieren dan de jodiumrijke contraststof bij röntgenopnames. Chemisch fietsenEen dokter wil graag weten hoe het hart zich bij inspanning gedraagt, omdat sommige hartziekten niet in rust zijn te zien. Vandaar dat bijna iedereen op de afdeling cardiologie een inspanningstest op een hometrainer moet ondergaan. Maar tijdens het MRI-onderzoek kun je niet fietsen. Om toch te kunnen beoordelen hoe het hart zich bij inspanning gedraagt, krijgt degene die de MRI-scan ondergaat soms vaatverwijdende of stimulerende middelen toegediend: adenosine of dobutamine.
Toekomst: snellere scannersHet MRI-onderzoek is een vrij nieuwe techniek – Peter Mansfield en Paul Lauterbur kregen er in 2003 de Nobelprijs voor – die desondanks al is ingeburgerd in het ziekenhuis. Toch wordt het apparaat nog relatief weinig gebruikt bij het onderzoek naar hartziekten. Dat komt doordat het hart steeds in beweging is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de hersenen. Het hart klopt en deint ook mee op de bewegingen van de longen. De MRI-scanners zijn nog niet goed genoeg om al die bewegingen goed te kunnen volgen. In de toekomst zal dat ongetwijfeld wel zo zijn.
|
|