ZOEK     A  |   B  |   C  |   D  |   E  |   F  |   G  |   H  |   IJ  |   K  |   L  |   M  |   N  |   O  |   PQ  |   R  |   S  |   T  |   UVW  |   XYZ 

 
   

 

Maak een print van deze pagina
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.

HARTRITMESTOORNIS

Een hartritmestoornis is een afwijking in het prikkelgeleidingssysteem, een elektrisch netwerkje dat de knijpbeweging van de hartspier regelt. Hartritmestoornissen zijn er in alle soorten en maten. Een ritme dat sneller is dan normaal heet een tachycardie, een ritme dat trager is dan normaal een bradycardie. De termen zijn afkomstig uit het Grieks: tachus = snel, bradus = langzaam, cardia = hart. De hartritmestoornis kan verder onregelmatig of geheel chaotisch zijn en kan zich continu of in aanvallen voordoen. Hartritmestoornissen kunnen de pompkracht van het hart aantasten, maar ze zijn vaak ook tamelijk onschuldig.
    Hieronder staan de meest voorkomende hartritmestoornissen op een rijtje. Ze zijn geordend op basis van de plaats waar ze zich in het hart voordoen: boezem, AV-knoop of kamer.

 

Hartritmestoornis

 

Plaats van hartritmestoornissen in het prikkelgeleidingssysteem.

A. Boezemfibrilleren
B. Boezemflutter
C. Zieke sinusknoop
D. AV-blok
E. AVNRT
F. WPW-syndroom
G. Kamerfibrilleren

 

Boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis van de hartspier in de boezems. Het ritme in de boezems is zo chaotisch dat er geen touw aan vast te knopen valt. Meestal is het ritme sneller (tachycardie) dan normaal, maar niet altijd.
    Ook het samentrekken van de hartkamers is onregelmatig, maar het ritme in de kamers is meestal gelukkig minder snel, omdat de AV-knoop tussen boezems en kamers de elektrische prikkel vertraagd doorgeeft. Daardoor blijft de pompkracht van het hart behouden. Boezemfibrilleren is geen onschuldige hartritmestoornis. De klachten kunnen zeer hinderlijk zijn en na verloop van tijd kan de hartspier aan knijpkracht verliezen.
    Een ander risico van boezemfibrilleren is de vorming van bloedpropjes. Als het bloed in de slappe boezems niet goed doorstroomt, heeft het de neiging te gaan stollen en kunnen zich bloedpropjes vormen. Dat gebeurt vooral in de nisvormige ruimte van het linkerhartoor. De bloedpropjes kunnen via de bloedbaan in kransslagaderen, hersenen of andere organen terechtkomen. Als ze daar een slagader afsluiten kan dat bijvoorbeeld een hartinfarct of beroerte tot gevolg hebben.
    Boezemfibrilleren wordt altijd behandeld. Soms herstelt het normale ritme door medicijnen. Als medicijnen niet helpen, kan een ablatie soms orde in de chaos scheppen. Om het risico op de vorming van bloedpropjes te beperken geeft een arts vaak stollingwerende medicijnen.
    Boezemfibrilleren komt veel voor, zelfs meer dan een hartinfarct. Het is nu al de meest voorkomende hartritmestoornis, maar het aantal mensen met boezemfibrilleren neemt ieder jaar toe. De levensverwachting stijgt en boezemfibrilleren komt vooral voor bij oudere mensen.
    Er zijn vijf risicofactoren voor boezemfibrilleren.

1. Leeftijd is statistisch gezien de belangrijkste risicofactor. Als je zestig jaar of ouder bent, heb je de meeste kans op boezemfibrilleren.

2. Een te hard werkende schildklier.

3. Een hartinfarct in het verleden.

4. Hoge bloeddruk.

5. Binge drinking, ofwel in korte tijd veel alcohol drinken.

Boezemflutter

Boezemflutter is ook een tachycardie en een broertje van boezemfibrilleren. Ze lijken veel op elkaar, maar bij boezemfibrilleren is het ritme chaotisch, bij boezemflutter regelmatig en extreem hoog. Bij boezemflutter kan het hartritme in de boezems oplopen tot 300 slagen per minuut. De AV-knoop kan het niet volgen en geeft de elektrische prikkel vertraagd door aan de kamers, die vaak samentrekken in een ritme van ongeveer 150 slagen per minuut. Op een ECG zijn de snelle samentrekkingen zichtbaar als een regelmatig patroon van zaagtanden. Risicofactoren en behandeling zijn in grote lijnen hetzelfde als bij boezemfibrilleren. Bij boezemflutter wordt ablatie vaak succesvol toegepast.

Zieke sinusknoop

De sinusknoop is een groepje cellen in het plafond van de rechterboezem. Deze cellen beginnen als eerste met de elektrische prikkel die de hartspier aanzet tot samentrekken. De sinusknoop is daarmee de natuurlijke pacemaker van het hart. Bij de hartritmestoornis die we hier ‘zieke sinusknoop’ noemen (sick-sinus-syndrome) werkt de sinusknoop niet zoals het hoort.
    Soms komt de prikkel uit de sinusknoop te traag, soms komt er zelfs helemaal geen prikkel. Het gevolg is een bradycardie, waarbij de hartslag vertraagt en het hart de bloedsomloop niet goed in beweging kan houden. Als de hersenen even geen zuurstof krijgen, kan dat zelfs leiden tot verlies van bewustzijn. Een zieke sinusknoop kan worden behandeld door de natuurlijke pacemaker te vervangen door een kunstmatige pacemaker.

AV-blok

Een AV-blok is een blokkade van de AtrioVentriculaire knoop, de plaats waar de elektrische prikkel overspringt van de boezems (atria) naar de kamers (ventrikels). Er zijn twee soorten: een gedeeltelijk AV-blok en een totaal AV-blok. Bij een gedeeltelijk AV-blok wordt de elektrische prikkel tijdelijk geblokkeerd, bij een totaal AV-blok springt er helemaal geen prikkel meer over van de boezems naar de kamers. Het gevolg is een vertraging van het ritme in de kamers, een bradycardie.
    De hartkamers blijven zelfs bij een totaal AV-blok samentrekken. De spiercellen van de kamers zijn namelijk in staat om zelf een elektrische prikkel op te wekken, maar wel in een traag ritme. Toch wordt bij een totaal AV-blok als regel een pacemaker geïmplanteerd. Een gedeeltelijk of een totaal AV-blok kan het gevolg zijn van veroudering van het prikkelgeleidingssysteem, een hartinfarct, een openhartoperatie, medicatie, of heel soms als een complicatie bij ablatie.
    Als een AV-blok het gevolg is van medicijngebruik, is het zaak met die medicijnen te stoppen. Bij een onomkeerbare oorzaak wordt er een pacemaker onder de huid aangebracht.

Hartritmestoornis tachycardie en bradycardie

 

De medische termen tachycardie en bradycardie geven aan of het hartritme te snel of te langzaam is.

 

AVNRT

In de AV-knoop kan zich ook een tachycardie voordoen, een versneld hartritme. De meest voorkomende is AVNRT, een afkorting voor AtrioVentricular Nodal Re-entry Tachycardie, ofwel re-entry tachycardie in de AV-knoop. De term ‘re-entry’ heeft betrekking op een soort elektrische rotonde in de AV-knoop. Deze rotonde ontstaat door een extra bundel cellen naast de cellen van de AV-knoop, waardoor de elektrische prikkel in een cirkeltje blijft ronddraaien. Daardoor worden de boezems en de kamers in een hoog ritme aangezet tot samentrekken. AVNRT komt meer voor bij vrouwen (75 procent) dan bij mannen (25 procent). De hartritmestoornis doet zich plotseling voor en kan ook plotseling weer verdwijnen. AVNRT kan hinderlijk zijn, vooral als de hartritmestoornis zich regelmatig voordoet.
    Soms wordt AVNRT behandeld met medicijnen of eventueel met een ablatie . Bij een ablatie worden de cellen van één van beide bundels in de AV-knoop weggebrand. Er is een klein risico dat ook de tweede bundel wordt geraakt, met als gevolg een totaal AV-blok. In dat geval moet er een pacemaker worden geïmplanteerd.

WPW-syndroom

Het WPW-syndroom is een hartritmestoornis die wordt veroorzaakt door een extra bundel geleidende cellen in het isolerende weefsel tussen boezems en kamers. Het gevolg is een alternatieve route voor de elektrische prikkel om van de boezems op de kamers over te springen. Dat kan gevolgen hebben voor het hartritme, want de AV-knoop houdt de prikkel een fractie van een seconde tegen, maar de alternatieve route niet. Die laat de prikkel op volle snelheid door. Het resultaat is dat de kamers te vroeg worden geprikkeld waardoor het hartritme abnormaal kan versnellen. Daarnaast kan het hartritme ook worden verstoord doordat de elektrische prikkel in een cirkelbeweging via de alternatieve route weer terugspringt naar de boezems.
    Het WPW-syndroom werd voor het eerst beschreven door drie Amerikaanse artsen: Louis Wolff, John Parkinson en Paul Dudley White. Voluit is de naam Wolff-Parkinson-White- syndroom.
    De extra bundel geleidende cellen heet de bundel van Kent, naar de Britse arts Albert Kent die dit type weefsel ontdekte. De plaats van de bundel van Kent kan van persoon tot persoon verschillen. De bundel van Kent is al bij de geboorte aanwezig. Het WPW-syndroom is dus een aangeboren aandoening. De meeste mensen die het hebben, krijgen geen hartritmestoornissen en gaan er dus niet mee naar de dokter. Hoe vaak het WPW-syndroom voorkomt, is daarom niet precies bekend. Soms veroorzaakt het WPW-syndroom al op jonge leeftijd hartritmestoornissen, soms pas op latere leeftijd. De reden voor deze individuele verschillen is niet duidelijk. Waarschijnlijk heeft het te maken met de geleidende eigenschappen van de extra bundel, die van persoon tot persoon kunnen verschillen.
    Een WPW-syndroom wordt in de meeste gevallen succesvol behandeld met een ablatie. Bij de ablatie worden cellen van de bundel van Kent weggebrand waardoor ze hun geleidingsvermogen verliezen.

Kamerfibrilleren

De ernstigste hartritmestoornis is kamerfibrilleren. Bij deze tachycardie worden verschillende gebieden in de kamerwand zeer snel en chaotisch geactiveerd, waardoor de kamer zijn vermogen om effectief bloed rond te pompen verliest. De bloedsomloop komt tot stilstand. Kamerfibrilleren kan zeer ernstige gevolgen hebben en zelfs fataal zijn, als niet binnen zes minuten reanimatie wordt toegepast.
    Kamerfibrilleren is dus iets heel anders dan boezemfibrilleren. Boezemfibrilleren komt veel voor, is hinderlijk en vooral op de langere termijn een risico voor de gezondheid. Kamerfibrilleren komt minder voor, gaat bijna altijd samen met andere hartproblemen en is vaak de oorzaak van een plotse hartdood.
    Wie een aanval van kamerfibrilleren heeft overleefd, krijgt, afhankelijk van de oorzaak, soms een Implanteerbare Cardioverter-Defibrillator ofwel een ICD geïmplanteerd. Dat gebeurt niet als het kamerfibrilleren wordt veroorzaakt door een acuut hartinfarct, omdat het risico op herhaling dan niet groot is.
    Een ICD wordt net als een pacemaker onder de huid aangebracht en kan een elektrische prikkel afgeven als het kamerfibrilleren zich opnieuw voordoet. Door die schok wordt het normale ritme van de hartkamers meestal meteen hersteld.

 

Verder lezen?

De belangrijkste onderwerpen van Hartwijzer staan rechts op een rijtje.
Zoek gedetailleerd op onderwerp via het alfabet bovenaan de pagina.

 

 

Hartwijzer: het boek
  HartWijzer: het boek

  ALLE ONDERWERPEN



  HET HART

  RISICOFACTOREN

  SYMPTOMEN

  ONDERZOEKEN

  BEELDVORMENDE
TECHNIEKEN


  BEHANDELINGEN

 ZIEKTEBEELDEN

  CARDIOLOGIE

Colofon