![]() |
|
ZOEK |
|
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.
ELEKTROFYSIOLOGISCH ONDERZOEKAls een ECG niet genoeg prijs geeft over de oorzaak van de hartritmestoornis kan een elektrofysiologisch onderzoek belangrijke informatie opleveren.
Dit is een kleine operatieve ingreep waarbij slangetjes met elektrodes in het hart
worden gebracht om de elektrische activiteit van de hartspier te onderzoeken.
Het elektrofysiologisch onderzoek vindt plaats in een speciaal daarvoor ingerichte
ruimte. Via de lies worden dunne slangetjes, de katheters, in een bloedvat
gebracht.
Meten is wetenElektrofysiologisch onderzoek is vooral een kwestie van meten. De elektrische activiteit in het
hart wordt niet alleen via de katheters gemeten, maar ook buiten het lichaam, via elektrodes op
de huid. Dat laatste lijkt op het maken van een gewoon ECG, maar het gaat hier vier keer zo
nauwkeurig. Een gewoon ECG wordt gemaakt met een schrijfsnelheid van 25 millimeter per seconde,
wat betekent dat één seconde – min of meer de tijd tussen twee hartslagen – wordt
weergegeven op een stukje van 25 millimeter. Bij het elektrofysiologisch onderzoek is de schrijfsnelheid
100 millimeter per seconde of hoger, waardoor er veel meer details zichtbaar worden.
Doel van het elektrofysiologisch onderzoekHet doel van elektrofysiologisch onderzoek kan uiteenlopen van het opwekken van een hartritmestoornis tot mapping, van het testen van de reactie op medicijnen tot het stellen van een indicatie voor een pacemaker of ICD. Tijdens het onderzoek kan de cardioloog, afhankelijk van zijn bevindingen, besluiten om bijvoorbeeld een hartritmestoornis meteen te behandelen, bijvoorbeeld door een ablatie.
1. Een hartritmestoornis wordt soms opgewekt om heel precies na te gaan hoe deze ontstaat, zodat de stoornis doeltreffend behandeld kan worden. 2. Mapping wil zeggen dat de elektrische activiteit van de hartspiercellen heel precies in kaart wordt gebracht. De elektrische activiteit kan per persoon verschillen. Goed inzicht daarin kan belangrijk zijn als voorbereiding voor een behandeling. 3. Soms wordt onderzocht hoe de hartspier reageert op medicijnen voor een hartritmestoornis, de zogenoemde antiaritmica. Ook de reactie op medicijnen kan verschillen van persoon tot persoon. Het medicijn wordt via een infuus toegediend, waarna de hartspier via een katheter een stroomstootje krijgt om een hartritmestoornis op te wekken en te zien hoe de reactie is. 4. Een pacemaker of een ICD wordt geïmplanteerd bij ernstige hartritmestoornissen. Elektrofysiologisch onderzoek helpt om te weten te komen of de kunstmatige ondersteuning van het hartritme echt nodig is en hoe de apparaatjes moeten worden gebruikt. Overlast en mogelijke complicatiesEen elektrofysiologisch onderzoek is een kleine operatieve ingreep, maar niet altijd prettig
om te ondergaan en niet zonder risico. Het onderzoek kan lang duren, soms een uur, soms
zelfs vier uur. Vooral het onderzoek naar het effect van medicijnen kan lang duren. Al die tijd
moet je stil liggen op de onderzoekstafel. Na afloop worden de katheters natuurlijk weer verwijderd.
Bij dit alles bestaat er een heel klein risico op complicaties, zoals beschadiging van de
bloedvaten waar de katheters doorheen worden geleid, wat bij elke vorm van hartkatheterisatie kan optreden.
|
|