Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.
DOTTEREN
Dotteren is een behandeling die in het verlengde ligt van een hartkatheterisatie. Katheteriseren is namelijk niet alleen geschikt om de kransslagaderen te
onderzoeken
op vernauwingen door slagaderziekte, maar ook om die vernauwingen
effectief te behandelen.
Een spaghettidun slangetje (katheter) met op de punt een leeg ballonnetje wordt
via de slagaders naar de plaats van de vernauwing gebracht. Op die plaats aangekomen,
wordt het ballonnetje opgepompt, wat goed zichtbaar is op een monitor
met een röntgenfilmpje. De elastische slagaderwanden worden uit elkaar gedrukt,
waarna het ballonnetje leegloopt. Op het röntgenfilmpje is direct te zien of de
vernauwing
minder is geworden. Zo nodig wordt het oppompen van het ballonnetje
een paar keer herhaald.
Om de slagaderwanden vervolgens in hun nieuwe positie vast te zetten wordt de
vaatwand vaak versterkt met een miniscuul buisje, een stent. Een stent is een soort
steunkous voor de binnenwand van de slagader.
Dotteren in combinatie met stents is een vrij nieuwe behandeling, die zich
razendsnel
ontwikkelt. De behandeling wint terrein ten opzichte van het alternatief
bij ernstig vernauwde kransslagaderen, de bypassoperatie.
Dotteren = hartkatheterisatie + ballonnetje + (eventueel) stent
Bij een hartkatheterisatie wordt er een katheter door de huid geprikt en via een bloedvat naar
de kransslagaders gebracht. Daarna wordt er een röntgenfilmpje gemaakt om de conditie van
de kransslagaders te onderzoeken. Om de kransslagaders op een monitor zichtbaar te maken,
wordt via de punt van de katheter contrastvloeistof in de bloedstroom gespoten. Het bloed
in de slagaders verschijnt als een schaduwbeeld op de monitor en eventuele vernauwingen
komen haarscherp aan het licht.
Hartkatheterisatie is een onderzoek, maar in bepaalde gevallen – bijvoorbeeld bij een
acuut hartinfarct – gaat het onderzoek onmiddellijk over in een behandeling, het
dotteren. Via de katheter worden minuscule instrumenten naar de plaats van de vernauwing
geleid, waarbij de draad fungeert als een soort monorail. De vernauwing wordt geopend,
meestal met een ballonnetje maar soms ook door een stolsel weg te zuigen. In bepaalde gevallen
wordt er een stent geplaatst. De stent is een soort steunkous die zorgt dat de slagaderwand
niet terugzakt, waardoor er een nieuwe vernauwing zou kunnen ontstaan.

| |
Dotteren en plaatsen van stent
A. Katheter met opgevouwen ballonnetje ter hoogte van de vernauwing.
B. Ballonnetje duwt de slagaderwand naar buiten.
C. De katheter wordt weggetrokken en een stent houdt de slagaderwanden uit elkaar.
| |
Dotteren met stents versus bypassoperatie
Zoals veel medische behandelingen werd de techniek van het dotteren van meet af aan uitgebreid
getest in klinische trials. De grote vraag is: als je vernauwde kransslagaders hebt,
waarmee ben je dan het beste af: met dotteren, met een bypassoperatie of met alleen medicijnen?
De vraag is vooralsnog niet te beantwoorden. Het blijft maatwerk, en ook medicijnen
zijn nog altijd relevant.
Een probleem bij dotteren was een vergroot risico dat er op de behandelde plek een nieuwe
vernauwing ontstond. Artsen noemen dat restenose (stenose = vernauwing). Om restenose
tegen te gaan, werden de stents bedacht. Maar het lichaamsvreemde materiaal van de eerste
metalen stents bleek in bepaalde gevallen een reactie uit te kunnen lokken die een nieuwe
vernauwing tot gevolg had. Deze eerste stents staan bekend als Bare-Metal-Stents (bms), ofwel
stents die zijn gemaakt van metaal alleen. Het probleem werd opgelost door de stent te
prepareren met een medicijn dat weefselvorming tegengaat. Die stents worden Drug-Eluting-
Stents (DES) genoemd, ofwel stents die een medicijn afscheiden.
Als je de vooruitzichten na een bypassoperatie vergelijkt met de vooruitzichten na dotteren
met een stent komt er geen echte winnaar uit. Verschil is wel dat dotteren veel minder belastend
is. Na een dotterbehandeling kun je snel weer naar huis, soms al dezelfde dag. Een bypassoperatie
vergt een langere herstelperiode. Aan de andere kant zijn de mogelijkheden van een
dotterbehandeling bij ernstig vernauwde kransslagaders soms beperkt en blijft een bypassoperatie
in dat geval de aangewezen behandeling.

| |
Voor en na dotteren
Röntgenopnames gemaakt tijdens hartkatheterisatie van de situatie voor en na het dotteren van een
vertakking
(LAD) van de linker kransslagader. Door inspuiting van een contrastvloeistof tekent de vulling
van de slagaders zich donker af.
A. Afsluiting in een kransslagader. Het bloed met de contrastvloeistof kan niet verder en de loop van de
LAD lijkt plotseling op te houden.
B. Na het openen van de afsluiting door te dotteren stroomt de contrastvloeistof in het bloed vrijelijk de
LAD in en wordt de loop van het bloedvat zichtbaar.
| |
Wie wordt er gedotterd?
Een dotterbehandeling is aangewezen bij pijn op de borst die wordt veroorzaakt door
een of meer vernauwde kransslagaders. De pijn op de borst moet ernstig zijn en niet met
medicijnen te behandelen. Als iemand plotseling met een hartinfarct in het ziekenhuis belandt
zal er vaak moeten worden gedotterd. Om de schade te beperken moet de hartspier zo
snel mogelijk weer genoeg zuurstof krijgen, wat kan door de afsluiting in de kransslagader op
te heffen.
Een dotterbehandeling is niet aangewezen als de pijn op de borst met medicijnen is te
behandelen
of als de kransslagaders op zoveel plaatsen vernauwd zijn dat een bypassoperatie noodzakelijk is.
Als iemand met ernstig vernauwde kransslagaders in het ziekenhuis belandt, staat de dokter soms voor de
vraag: dotteren of een bypassoperatie? In de laatste jaren wint dotteren terrein, mede door het gebruik van
een nieuw soort stent, de Drug-Eluting-Stent (DES).

| |
Als iemand met ernstig vernauwde kransslagaders in het ziekenhuis belandt, staat de dokter soms voor de
vraag: dotteren of een bypassoperatie? In de laatste jaren wint dotteren terrein, mede door het gebruik van
een nieuw soort stent, de Drug-Eluting-Stent (DES).
|
Na het dotteren: risicofactoren en medicijnen
Na een dotterbehandeling kun je je opmerkelijk fit voelen, maar dat gevoel is tot op zekere
hoogte bedrieglijk. Je hebt slagaderziekte en je moet behandeld worden om nieuwe
klachten zo veel mogelijk te voorkomen. In de eerste plaats doe je er goed aan de risicofactoren in je leven te beperken, maar je zult ook de rest van je leven medicijnen moeten slikken.
Je krijgt stollingwerende medicijnen om zo het risico op vorming van bloedstolsels kleiner
te maken, de zogenoemde plaatjesremmers zoals aspirine en clopidogrel (merknaam
Plavix). Te veel LDL-cholesterol in je bloed maakt het risico op een nieuwe vernauwing
groter en daarom schrijft de dokter cholesterolverlagers voor.
PCI en PTCA
De techniek van het katheteriseren is in beweging en de naamgeving ook. De naam dotteren
is inmiddels ingeburgerd, hoewel dotteren maar één van de vele mogelijkheden is. Artsen
hanteren zelf een nauwkeuriger terminologie, met een voorkeur voor beschrijvende afkortingen
die het hoofd van de niet-ingewijde doen duizelen. Het einde is nog niet in zicht, want de
toekomst brengt ongetwijfeld nieuwe technieken en nieuwe namen.
PCI is de algemene naam voor het behandelen van vernauwde kransslagaders met behulp
van instrumenten op de punt van een katheter. PCI is een afkorting van Percutane Coronaire
Interventies. Percutaan wil zeggen door een gaatje in de huid, een coronair is een kransslagader
en een interventie is een operatieve ingreep. Cardiologen die deze handelingen verrichten
worden interventiecardiologen genoemd.
Een oudere naam is PTCA, wat staat voor Percutane Transluminale Coronaire Angioplastiek.
Transluminaal heeft betrekking op het lumen, de binnenruimte van een slagader waar het
bloed door stroomt en waar de katheter doorheen gaat. Angioplastiek wil zeggen het modelleren
(plastiek) van de slagader (angio).
De heren Dotter en Stent
De Amerikaanse radioloog Charles Dotter gaf zijn naam aan het dotteren. In 1963 ontdekte
Dotter bij toeval dat een katheter in staat was een vernauwing in een kransslagader op te heffen.
Hij ontwikkelde allerlei technieken om de vernauwde kransslagader op te rekken, vooral
door katheters van verschillende diktes door de vernauwingen te leiden, maar hij vond aanvankelijk
weinig navolging. De techniek kwam pas jaren later in beweging toen de Zwitserse
cardioloog Andreas Grüntzig een ballonnetje op de katheter bevestigde om dat op de plaats
van de vernauwing voorzichtig op te pompen. Het resultaat van het experiment was indrukwekkend
en na een presentatie op een wetenschappelijk congres verspreidde de techniek van
het dotteren zich snel over de hele wereld. In 1980 werd voor het eerst in Nederland gedotterd,
in het St. Antonius Ziekenhuis te Utrecht.
De naam stent gaat terug op de negentiende-eeuwse Engelse tandarts Charles Stent, wiens
uitvindingen een eeuw later tot toepassingen op heel andere gebieden hebben geleid. Behalve
zijn naam heeft tandarts Stent dus eigenlijk niks te maken met het soort stent waar we
het hier over hebben.
Dotteren: een grote toekomst
De verwachting is dat de mogelijkheden van het dotteren, of liever gezegd van de Percutane
Coronaire Interventies (PCI), in de toekomst alleen maar zullen toenemen. Nieuwe technieken
dienen zich aan. We noemen er hier twee: IVUS en absorbeerbare stents.
IVUS is een afkorting van IntraVascular UltraSound. Bij IVUS wordt een instrumentje op de
katheter bevestigd dat ultrageluid kan uitzenden en ontvangen, een techniek die bekend is
van de echocardiografie. IVUS kan iets wat de hartkatheterisatie niet kan, namelijk de
plaque, de verdikte slagaderwand die de vernauwing veroorzaakt, in beeld brengen. Bij hartkatheterisatie
is de vernauwing te zien als een versmalling van de bloedstroom, maar de slagaderwand
zelf is niet te zien. Met IVUS kan de plaats en de samenstelling van de plaque worden
onderzocht, wat onder meer kan leiden tot preventie voor slagaderziekte.
Absorbeerbare stents lossen na verloop van tijd geheel op in de slagaderwand. Mogelijk
zullen deze stents de prestaties van de bestaande stents nog gaan overtreffen. Klinische trials moeten dat uitwijzen.