Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.
BYPASSOPERATIE
Als de kransslagaders ernstig zijn vernauwd en dotteren niet mogelijk is,
dan biedt een bypassoperatie een goed vooruitzicht op een leven zonder pijn op de borst. Bypass is het Engelse woord voor omleiding en dat is wat er gebeurt. De
vernauwing in de kransslagader zelf wordt niet behandeld zoals bij dotteren, maar
de bloedtoevoer wordt omgeleid zodat het zuurstofrijke bloed via een omweg voorbij
de vernauwing komt. De file wordt als het ware omzeild door een sluiproute te
nemen. De omleiding wordt gemaakt met een ander bloedvat, meestal een slagader
uit de borstkas of een ader uit het been.
Een bypassoperatie is een grotere belasting dan dotteren, maar de operatie verloopt
meestal zonder complicaties. De bypassoperatie heeft een relatief lange en
succesvolle geschiedenis.
De medische naam voor een bypassoperatie is CABG, een afkorting van Coronary
Artery Bypass Grafting (Coronary Artery = kransslagader, Graft = transplantatie).
Drievatslijden
Een dokter zal gaan denken aan een bypassoperatie als uit onderzoeken blijkt dat er sprake is
van drievatslijden, dat wil zeggen dat de drie grote kransslagaders vernauwd zijn. Eigenlijk
ontspringen er twee grote kransslagaders aan de aorta, de linker en de rechter kransslagader,
maar de linker grote kransslagader vertakt zich al snel. Een bypassoperatie komt meestal pas
in beeld als alle drie de grote kransslagaders vernauwd zijn, maar ook bij een vernauwing van
de hoofdstam van de linkerkransslagader alleen.
De brede vertakkingen in het begin van de kransslagaders voorzien een groot deel van de
hartspier van zuurstofrijk bloed, bij drievatslijden gaat het zelfs om het gehele hart. Daarom
is een vernauwing op die plaatsen ernstiger dan een vernauwing meer stroomafwaarts.
Een bypassoperatie wordt een reële optie als het drievatslijden gepaard gaat met een verminderde
pompfunctie van het hart en als de pijn op de borst niet met medicijnen is te
bestrijden.
| |

| |
Bypassoperatie met drie omleidingen
A. Vernauwingen in kransslagaders (geel)
B. Linker Anterieur Descenderende slagader (LAD)
C. Rechter Coronair Arterie (RCA)
D. Bypass met behulp van Rechter Interne Arteria Mammaria (RIMA)
E. Bypass met behulp van Linker Interne Arteria Mammaria (LIMA)
F. Bypass met behulp van beenader (blauw)
G. Aorta
H. Longslagader
I. Circumflex Arterie (Cx)
| |
Hart-longmachine en de octopusmethode
Een bypassoperatie is een zware operatie die uren in beslag neemt. Om te beginnen zaagt de
chirurg het borstbeen open zodat het hart en de kransslagaders vrij komen te liggen. Dan zijn
er twee manieren om de operatie te verrichten: met de hart-longmachine en met de octopusmethode.
De hart-longmachine is de klassieke manier. De grote bloedvaten worden aangesloten op
een machine, die tijdelijk het bloed van zuurstof voorziet en de pompfunctie van het hart
overneemt. Het hart wordt vervolgens stilgezet zodat het fijne chirurgische werk kan worden
uitgevoerd.
De octopusmethode is een nieuwe manier om een bypassoperatie te doen, die mede in
Nederlandse ziekenhuizen is ontwikkeld. De hart-longmachine komt hier niet aan te pas. Het
hart wordt niet als geheel stilgezet, maar alleen op de plaats waar de omleiding wordt vastgemaakt.
De rest van het hart klopt tijdens het chirurgische werk gewoon door. Om de hartspier
plaatselijk stil te leggen, worden speciale zuignappen gebruikt, vandaar de naam voor deze
methode. De eerste ervaringen wijzen uit dat je na een operatie met de octopusmethode
sneller weer op de been bent.

| |
Een bypassoperatie wordt bij voorkeur uitgevoerd met twee slagaders die de voorzijde van de borstkas
van bloed voorzien, de LIMA en de RIMA, aangevuld met aders uit het onderbeen.
|
LIMA, RIMA en beenaders
Voor de omleidingen bij een bypassoperatie worden bij voorkeur twee soorten bloedvaten
gebruikt: de twee slagaders die vlak achter het borstbeen lopen, te weten de Linker en de
Rechter Interne Arteria Mammaria (LIMA en RIMA), en aders uit het been. Soms wordt een slagader uit
een onderarm gebruikt.
De LIMA en de RIMA zijn vertakkingen van een slagader onder het sleutelbeen. De natuurlijke
verbinding bij de oorsprong blijft gewoon in stand, maar een centimeter of twintig
stroomafwaarts worden de slagaders losgesneden en elders gehecht aan de kransslagaders.
De slagaders zijn direct klaar voor hun nieuwe functie, maar de beenaders moeten worden
aangepast. Een ader bevat namelijk klepjes in de binnenwand die in het been de bloedstroom
richting het hart bevorderen. Dat probleem wordt opgelost door de ader omgekeerd te plaatsen.
De beenader wordt aan beide uiteinden opnieuw ingehecht. Het ene uiteinde wordt
vastgemaakt aan de wand van de aorta en de andere kant op de kransslagader.
Uit klinische trials blijkt dat de slagaders uit de borstkas na de operatie over het algemeen
minder problemen opleveren dan de aders uit het been. Het meest voorkomende probleem
is het ontstaan van vernauwingen in de omleidingen. De slagaders doen het beter,
maar de beenaders zijn vaak ook nodig, want per operatie worden er soms meer dan vier à vijf
omleidingen gemaakt.
Tien jaar zonder pijn op de borst
Een bypassoperatie wordt al veertig jaar lang over de hele wereld uitgevoerd. Er is dus veel
ervaring met het risico en perspectief voor wie de operatie ondergaat. Het is een van de best
gedocumenteerde chirurgische ingrepen.
Het risico is natuurlijk afhankelijk van leeftijd en conditie. Wie oud en gebrekkig is heeft
een grotere kans op complicaties. Het risico op complicaties bij een bypassoperatie is relatief
klein, het risico op overlijden nog veel kleiner.
Het perspectief voor iemand met pijn op de borst is goed. Tien jaar na de operatie zijn
drie op de vijf mensen nog vrij van klachten. En dat terwijl de meesten al een lange geschiedenis
van hartklachten achter de rug hebben en zeker niet tot de jongsten behoren.
René Favaloro: de eerste bypassoperatie
De eerste bypassoperatie werd uitgevoerd in 1967 in een ziekenhuis in het Amerikaanse Cleveland.
Uitvoerend hartchirurg was de Argentijn René Favaloro, die kort daarvoor ook het
concept voor deze nieuwe behandeling had bedacht. Een paar jaar later ging Favaloro als een
gevierd man terug naar zijn vaderland, waar hij zich inzette om de cardiologie op een hoger
plan te brengen.