![]() |
|
ZOEK |
|
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.
BLOEDSOMLOOPBloed moet voortdurend stromen om zuurstof en voedingsstoffen naar organen en weefsels te transporteren. Het bloed neemt zuurstof op in de longen, stroomt via het hart en de slagaders naar de kleinste bloedvaten, de haarvaten, en staat daar zuurstof af aan het omringende weefsel. Op zijn weg terug neemt het bloed afvalstoffen mee. Vervolgens stroomt het bloed via de aders weer terug naar het hart en vandaar naar de longen om opnieuw zuurstof op te nemen. De bloedsomloop, het onophoudelijk circulerende bloed, houdt het lichaam in leven. De pomp die de bloedsomloop in beweging houdt, is het hart.
Slagaders: bloed stroomt van het hart afVanuit de linkerhelft van het hart komt het zuurstofrijke bloed eerst in de grootste slagader,
de aorta. De aorta vertakt al snel in kleinere slagaders, die het bloed omhoog voeren richting
hersenen en omlaag naar de organen in de buik en verder, tot in de puntjes van de tenen en
de vingers. Slagaders, ofwel arteriën, zijn stevige bloedvaten met een gladde binnenwand
waarin het bloed snel en makkelijk kan stromen. Het bloed stroomt in de slagaders altijd van
het hart af.
Kleinere slagaders en haarvatenDe grotere slagaders voeren het zuurstofrijke, lichtrode bloed naar de kleinere slagaders, de arteriolen. Via de arteriolen komt het bloed in de kleinste bloedvaten: de haarvaten. Haarvaten hebben een dunne wand en een microscopisch kleine doorsnede, die maar net iets groter is dan een rode bloedcel. In de haarvaten stroomt het bloed vrij traag, zodat stoffen makkelijk door de dunne vaatwand kunnen worden uitgewisseld. Zuurstof en voedingstoffen worden afgestaan aan het omringende weefsel, afvalstoffen worden opgenomen en meegevoerd. Aders: bloed stroomt naar het hart toeNa de stofwisseling in de haarvaten stroomt het zuurstofarme, donkerrode bloed via de aders weer terug naar het hart. In de aders is de bloeddruk lager en stroomt het bloed trager. Aders kunnen meer bloed bevatten dan slagaders, doordat de aderwand slapper is en kan uitzetten. Dat is bijvoorbeeld te merken aan de aders op de rug van je hand, die het ene moment uitzetten en goed zichtbaar zijn en het andere moment onder de huid verdwijnen. Aan de blauwige kleur van de aders is te zien dat het bloed zuurstofarm is. Het stelsel van aders vormt een belangrijke opslagplaats van bloed. De aders monden bij het hart uit in de bovenste holle ader en de onderste holle ader. De ontdekking van de bloedsomloopIn de oudheid en de middeleeuwen was de bloedsomloop nog niet bekend. Artsen in die tijd
dachten dat het bloed werd aangemaakt in hart en lever en dat het vanuit die organen naar
alle delen van het lichaam stroomde om te worden verteerd.
|
|