ZOEK     A  |   B  |   C  |   D  |   E  |   F  |   G  |   H  |   IJ  |   K  |   L  |   M  |   N  |   O  |   PQ  |   R  |   S  |   T  |   UVW  |   XYZ 

 
   

 

Maak een print van deze pagina
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.

ABLATIE

Ablatie is het wegbranden van cellen in de hartwand om een afwijking in het prikkelgeleidingssysteem te behandelen. Zo’n afwijking kan een hartritmestoornis veroorzaken.
    Een ablatie is een ingreep die soms onderdeel uitmaakt van een elektrofysiologisch onderzoek. Het wegbranden van het weefsel gebeurt met een kleine elektrode op de punt van een katheter die via de bloedvaten in het hart wordt gebracht. Wie een ablatie ondergaat, houdt er alleen een wondje in de lies aan over.
    Ablatie is een relatief nieuwe behandeling van hartritmestoornissen. De behandeling heeft in de meeste gevallen succes en wordt steeds meer toegepast.

Ablatie domino

 

Ablatie = dominosteentje wegnemen
De elektrische prikkel die het hart aanzet tot samentrekken volgt een vaste route van cel naar cel in een soort domino-effect. Soms is er een alternatieve route, waardoor er een hartritmestoornis kan ontstaan. Ablatie blokkeert de alternatieve route door als het ware een dominosteentje weg te nemen.

Afwijking in het prikkelgeleidingssysteem

Het hart wordt aangezet tot samentrekken door een elektrische prikkel die zich razendsnel in een domino-effect door de hartspier verplaatst. Het prikkelgeleidingssysteem regelt de route en de snelheid van de elektrische prikkel. In een gezond hart begint de elektrische prikkel in de sinusknoop in de rechterboezem om zich vervolgens via de boezemwanden te verplaatsen naar de spiercellen van de kamers, na een kort oponthoud bij de centrale AV-knoop. Het prikkelgeleidingssysteem functioneert minder goed als de elektrische prikkel een alternatieve route volgt. Dan trekt de hartspier niet in de juiste volgorde en snelheid samen. Door een ablatie kan de alternatieve route worden afgesloten.

Littekenweefsel

Bij een ablatie sterft een klein groepje cellen door verhitting af (ablatie is afgeleid van ablatio, Latijn voor ‘wegneming’). Op de plaats van het branden ontstaat littekenweefsel dat de elektrische prikkel niet langer doorgeeft. Door de ablatie wordt de alternatieve route voor de elektrische prikkel geblokkeerd.

Ablatie snoer

 

Bij een ablatie is het belangrijk dat de alternatieve route voor de elektrische prikkel op precies de juiste plaats wordt weggebrand, zonder het omringende weefsel te raken. Dat kan met de zeer nauwkeurige techniek van RFCA.

Radiofrequente katheterablatie

Het idee van ablatie is op zichzelf niet nieuw, maar de techniek wel. Het wegbranden van weefsel in het hart kon aanvankelijk alleen op een vrij onnauwkeurige manier. Een doorbraak was de techniek met radiofrequente stroom die in 1987 werd geïntroduceerd.
    Voor de liefhebber: het gaat om wisselstroom met een frequentie van ongeveer 500 kilo- Hertz. De punt van de katheter wordt tot ongeveer 50 graden verwarmd. Met deze techniek kan de cardioloog zeer nauwkeurig werken. De moderne techniek van ablatie wordt voluit RadioFrequente KatheterAblatie (rfca) genoemd.

Elektrofysiologisch onderzoek

Een ablatie is soms een onderdeel van het elektrofysiologisch onderzoek. Soms wordt een ablatie niet tijdens de eerste procedure uitgevoerd, maar op een later moment. Wie een ablatie ondergaat ligt op een operatietafel. Via de bloedvaten worden op verschillende plekken katheters in het hart gebracht. Eerst wordt met de katheters gemeten waar in de hartspier zich de alternatieve route precies bevindt. Als dat bekend is, kan de cardioloog beginnen met de eigenlijke ablatie.
    Het wegbranden van de cellen gebeurt niet in één keer, maar in een aantal achtereenvolgende stappen. De procedure kan daarom soms uren in beslag nemen. Na afloop van de ablatie wordt getest of de hartritmestoornis is verdwenen. Dat kan door medicijnen toe te dienen die de hartritmestoornis opwekken en te kijken wat er gebeurt.

Kans op succes is groot

De kans op succes bij een ablatie is vrij groot. Complicaties doen zich zelden voor. Heel soms raakt het prikkelgeleidingssysteem beschadigd en moet er een pacemaker worden geïmplanteerd.

 

Verder lezen?

De belangrijkste onderwerpen van Hartwijzer staan rechts op een rijtje.
Zoek gedetailleerd op onderwerp via het alfabet bovenaan de pagina.

 

 

Hartwijzer: het boek
  HartWijzer: het boek

  ALLE ONDERWERPEN



  HET HART

  RISICOFACTOREN

  SYMPTOMEN

  ONDERZOEKEN

  BEELDVORMENDE
TECHNIEKEN


 BEHANDELINGEN

  ZIEKTEBEELDEN

  CARDIOLOGIE

Colofon