![]() |
|
ZOEK |
|
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.
ABLATIEAblatie is het wegbranden van cellen in de hartwand om een afwijking in het prikkelgeleidingssysteem te behandelen. Zo’n afwijking kan een hartritmestoornis veroorzaken.
Afwijking in het prikkelgeleidingssysteemHet hart wordt aangezet tot samentrekken door een elektrische prikkel die zich razendsnel in een domino-effect door de hartspier verplaatst. Het prikkelgeleidingssysteem regelt de route en de snelheid van de elektrische prikkel. In een gezond hart begint de elektrische prikkel in de sinusknoop in de rechterboezem om zich vervolgens via de boezemwanden te verplaatsen naar de spiercellen van de kamers, na een kort oponthoud bij de centrale AV-knoop. Het prikkelgeleidingssysteem functioneert minder goed als de elektrische prikkel een alternatieve route volgt. Dan trekt de hartspier niet in de juiste volgorde en snelheid samen. Door een ablatie kan de alternatieve route worden afgesloten. LittekenweefselBij een ablatie sterft een klein groepje cellen door verhitting af (ablatie is afgeleid van ablatio, Latijn voor ‘wegneming’). Op de plaats van het branden ontstaat littekenweefsel dat de elektrische prikkel niet langer doorgeeft. Door de ablatie wordt de alternatieve route voor de elektrische prikkel geblokkeerd.
Radiofrequente katheterablatieHet idee van ablatie is op zichzelf niet nieuw, maar de techniek wel. Het wegbranden van
weefsel in het hart kon aanvankelijk alleen op een vrij onnauwkeurige manier. Een doorbraak
was de techniek met radiofrequente stroom die in 1987 werd geïntroduceerd.
Elektrofysiologisch onderzoekEen ablatie is soms een onderdeel van het elektrofysiologisch onderzoek. Soms wordt
een ablatie niet tijdens de eerste procedure uitgevoerd, maar op een later moment.
Wie een ablatie ondergaat ligt op een operatietafel. Via de bloedvaten worden op verschillende
plekken katheters in het hart gebracht. Eerst wordt met de katheters gemeten waar in
de hartspier zich de alternatieve route precies bevindt. Als dat bekend is, kan de cardioloog
beginnen met de eigenlijke ablatie.
Kans op succes is grootDe kans op succes bij een ablatie is vrij groot. Complicaties doen zich zelden voor. Heel soms raakt het prikkelgeleidingssysteem beschadigd en moet er een pacemaker worden geïmplanteerd.
|
|